|
Lezend over allerlei godsdienstige ontwikkelingen in de
17de eeuw, over belangrijke personen als Hugo de Groot, maar ook
over allerlei componisten uit die tijd,
kwam iedere keer de persoon van Christina van Zweden naar voren.
Aanvankelijk was het plan vooral iets over de betekenis voor de muziek van
haar hof in Rome te schrijven, maar tijdens het oriëntatieproces bleek al
snel dat zij zodanig interessant is geweest dat het jammer zou zijn de
focus vooral daar op te leggen. Vandaar dat dit een artikel geworden is dat
zowel onder ‘historie’ als onder ‘muziek’ zal vallen. Er is vooral gebruik
gemaakt van de gegevens uit het boek van Lanoye omdat dat het meest
omvattend is qua theorieën en qua opzet ook het meest toegankelijk. Het
boek van Quilliet leest vermoeiend en is weinig overzichtelijk. Het heeft
wel iets meer gegevens over haar verblijf in Rome dan Lanoye. De meeste
gegevens over haar leven in Rome levert het vrije recente boek van Buckley.
Quilliet en Buckley schrijven beiden in een soort romanstijl, geven zeer
veel smeuïge details, maar door hun schrijfstijl is een overzicht per
periode krijgen niet zo eenvoudig. In alle drie genoemde boeken staat geen
enkele landkaart!
Hoofdstukindeling:
- een
kort overzicht van de Zweedse geschiedenis tot Christina`s geboorte
- van
Christina`s geboorte tot haar uiteindelijke kroning (1626-1650)
- a. het proces van abdicatie en de
geheime en publieke bekering (1651- 1655)
b. waarom deed Christina troonsafstand en bekeerde
ze zich?
- haar
hof in Rome (1655-1689)
h. 1 een kort overzicht van de Zweedse geschiedenis
tot Christina`s geboorte
Tot 1523 hoorden Denemarken, Noorwegen en Zweden bij
elkaar onder de Unie van Kalmar. In dat jaar werd Zweden zelfstandig onder
het vorstenhuis Wasa, dat van het koninkrijk een grootmacht maakte. Het
Lutheranisme (1)werd in 1529 de staatsgodsdienst. In 1561 verwierf Zweden
Estland en in 1581 een groot deel van Finland. Een van de Wasa`s, namelijk
Sigismund -een katholiek- werd
koning-grootvorst van Polen-Litouwen en in 1592 van Zweden, maar in 1599
moest hij weer afstand van de Zweedse troon te doen ten gunste van zijn
protestantse oom Karel Wasa. Deze regeerde als Karel IX formeel van 1604
tot 1611. Hij was de vader van
Gustav II Adolf, die op 17 jarige leeftijd hem opvolgde. Deze
benoemde de diplomaat Axel Oxenstierna tot minister en voerde hervormingen
in zijn leger door, met als gevolg dat tijdens het Twaalfjarig Bestand
(1609-1621) veel huursoldaten vanuit de Nederlandse Republiek naar Zweden
trokken. Hij stichtte in 1621 de stad Göteborg om de Denen en de
Hanzesteden een voet dwars te zetten. In de beginjaren werden een aantal
Hollanders als burgemeester benoemd.
De Amsterdamse koopman Louis de Geer, die zich op
mijnbouw in Zweden had toegelegd, verdiende schatten met de bewapening van
zijn leger. Gustav Adolf vocht vanaf 1630 als kampioen der protestanten in
de Dertigjarige oorlog (1618-1648) (2) tegen de Habsburgers, gesteund door
de (katholieke) Franse kardinaal Richelieu (3), maar hij sneuvelde echter
al in 1632 Slag bij Lützen (bij Leipzig).
|
|

|

|
|
Chriatina`s reizen (globale schets)
|
De groei van het Zweedse
bezit 16de en 17de
eeuw
|
De ‘ontbinding ‘ van het
Heilige Roomse Rijk 1648
|
2. De periode van Christina`s geboorte tot haar
uiteindelijke kroning (1626-1650)
Christina werd in 1626 geboren uit het huwelijk van
Gustav Adolf met Maria-Eleonore, dochter van de keurvorst van Brandenburg.
Deze was voor haar tijd bijzonder ontwikkeld en bracht naar het ‘barbaarse’
Zweden een groot aantal landgenoten mee: gezelschapsdames, maar ook musici,
zangers, schilders, beeldhouwers en tapijtwevers.
Bij haar geboorte was ze zo groot en harig dat men
aanvankelijk dacht dat ze een jongetje was. Haar vader zorgde er in 1627 al
voor dat zij de Zweedse troon zou erven in geval hij zou sneuvelen en toen
dat inderdaad gebeurde werd een regentschapsraad onder leiding van Axel
Oxenstierna belast met de staatszaken en de voortzetting van de oorlog in
Duitsland omdat ze op dat moment pas zes jaar oud was. In 1635 nam de
Rijksdag een plan aan voor haar opvoeding, waarbij haar moeder geheel
uitgeschakeld werd. Christina mocht niets lezen wat haar zou kunnen
‘besmetten’ met katholieke of calvinistische dwalingen en zou zich vooral
met Bijbel en moraalstudie bezig moeten houden. Omdat zij echter les kreeg
van de –door haar vader nog aangewezen- zeer ruimdenkende theoloog Johan
Matthiae, ontving ze een brede scholing inclusief lessen Grieks en Latijn,
waardoor ze ook de kerkvaders kon lezen en naar men zegt ‘al snel opmerkte
dat de lutherse leer niet altijd in overeenstemming daarmee was’.
Ze was bijzonder intelligent en scheen liever te
studeren dan te slapen, wat ten koste van haar gezondheid ging. Vanaf 1636
begon haar onderwijs in staatszaken en in 1644 begon ze te regeren, hoewel
ze haar kroning nog jarenlang uitstelde.
Christina wilde van Stockholm het ‘Athene van het
Noorden’ maken en in navolging van de hoven in Italië en Frankrijk nodigde zij filosofen, kunstenaars en
wetenschappers uit aan het Zweedse hof. Zo werd in 1645 de Zweedse afgezant
in Parijs, Hugo de Groot, gevraagd haar bibliothecaris te worden. Vanwege
het Zweedse klimaat hadden hij en zijn vrouw daar echter geen zin in en zij
vertrokken naar Noord-Duitsland.
Een aantal Fransen die lid waren van de Franse Fronde
(4) vonden ook een veilige toevlucht in Stockholm. Nicolaas Heinsius en
Isaac Vossius liet zij complete bibliotheken kopen. Vossius was enige tijd
haar bibliothecaris. Hij volgde Christina als enige na haar troonsafstand,
maar dat kwam vooral omdat ze hem nog veel geld schuldig was. Haar
bekendste bezoeker was de filosoof René Descartes (5), die ze leerde kennen
via de Franse diplomaat Pierre Chanut. Descartes werd in 1649 ingeschakeld
bij de totstandkoming van het ballet La naissance de la paix dat op
haar verjaardag uitgevoerd zou moeten worden. Daarna ontmoetten zij elkaar
twee of driemaal per week om vijf uur `s morgens om over filosofie en
wiskunde te discussiëren.
|

|

|

|

|

|

|
|
Nicolaas
Heinsius
|
Isaac Vossius
|
Hugo de Groot (Grotius)
|
Axel Oxenstierna
|
Christina van Zweden
|
Christina en Descartes
|
Zij hield zich daarnaast ook ten zeerste bezig met de
buitenlandse politiek en mede door haar toedoen werd in 1645 vrede met
Denemarken gesloten en kwam in 1648 -tegen de zin van Oxenstierna in- een
eind aan de strijd tegen de keizer van het Heilige Roomse Rijk bij de vrede van Westfalen (6). Christina
verwierf in de Dertigjarige Oorlog een enorme bibliotheek en
kunstcollectie: haar veldmaarschalk had de Hradschin-burcht in Praag
ingenomen waar de kunstcollecties van de Habsburgse keizers zich bevonden
en deze waren allemaal afgevoerd naar Stockholm.
Om van de eindeloze reeks huwelijksaanzoeken af te
komen, benoemde zij in 1649 haar neef
Karl X Gustav van de Palts tot (toekomstig) opvolger en omdat de
opvolging nu veilig was, besloot ze zich in 1650 alsnog te laten kronen.
Ze had Franse en Engelse musici in dienst, maar na 1652
verschoof haar muzikale voorkeur van het Franse ballet naar de Italiaanse
opera en werd een Italiaans ensemble voor haar aangetrokken door Alessandro
Cecconi (7). Uiteindelijk had ze er een Duitse, Franse en Italiaanse kapel.
Op financieel gebied was ze een ramp: ze hield van luxe,
was zeer vrijgevig en verhief voortdurend nieuwe mensen in de adelstand,
die domeinen kregen uit het koninklijk bezit waardoor de inkomsten daarvan
daalden. Ze dreef steeds meer haar eigen zin door waarbij de traditionele
adellijke families die altijd de belangrijke posities in de administratie
en de hofhouding hadden bekleed, voor een deel opzij geschoven werden.
3.a. Het proces van abdicatie, de geheime en publieke
bekering (1651- 1655)
Zowel het proces van abdicatie als dat van haar bekering
(8) heeft een tijd geduurd en is een hot item in vele werken. Het boek van
Lanoye beschrijft het zeer gedetailleerd, waarbij noodzakelijkerwijs diep
ingegaan wordt op de ingewikkelde politieke en godsdienstige situatie in
die tijd.
Christina voerde een tolerante godsdienstpolitiek: ze
weigerde een wet goed te keuren waarbij de Zweden verplicht konden worden
lutherse erediensten bij te wonen en ze verwierp ook een voorstel voor een
soort lutherse inquisitie.
In 1651 legde ze de Raad van State voor de eerste keer
haar plan tot troonsafstand voor met als motivatie dat het land een sterke
man en zij had rust nodig had!
Om zich in te dekken met betrekking tot haar financiële positie na haar troonsafstand
–het was namelijk helemaal niet zeker of ze de inkomsten uit de haar
toegewezen domeinen ook zou behouden na haar -komende, nog zeer geheime-
bekering- , benaderde ze onder andere de Spaanse koning Filips IV.
In 1652 kwam Don Antonio Pimentel de Prado (9) als
Spaans gezant naar Stockholm en hij werd voor haar dé verbindingslijn met
Filips. Ondertussen kreeg ze in Stockholm al een paar jaar stiekem les van
een paar jezuïeten.
Ze liet om Filips gunstig te stemmen, buiten medeweten
van haar raadslieden, de Portugese ambassadeur meedelen dat de koning van
Portugal onterecht op de troon zat, omdat de koninklijke titel van Portugal
van Filips was .
Behalve met Spanje zocht ze ook contact met Frankrijk
omdat ze meende dat de Fransen nog achterstallige subsidies aan Zweden moesten
betalen (10) en ze wilde Zweden een aantal oorlogsschepen aan Frankrijk
laten verkopen. De opbrengsten zouden moeten worden omgezet in een
persoonlijke jaarrente voor de rest van haar leven. De Fransen vonden de
eis van de subsidies niet terecht, maar wilden wel over de schepen praten.
Christina bleef bij haar eis en de zaak ging niet door, mede omdat de
Fransen, i.c. Mazarin en Anna van Oostenrijk (11) bang waren dat de steun
aan Christina de toekomstige relaties tussen Zweden en Frankrijk in gevaar zouden
kunnen brengen.
Aan Groot-Brittannië, waar Cromwell op dat moment
aan de macht was, stelde ze onder andere voor de Zweedse kolonies in
West-Afrika te verkopen. Deze ging daar niet op in.
Vertrouwend op de Spaanse steun, deelde ze in 1654 de
Raad van State opnieuw mee dat ze afstand wilde doen. Ze vroeg om een
jaarinkomen van 200.000 rijksdaalders dat ze kreeg in de vorm van
opbrengsten uit een aantal domeinen (12). Ze mocht zich niet meer met de
politiek bemoeien. Eigenlijk wilde men ook dat ze op Zweeds grondgebied zou
blijven om haar beter in de gaten te kunnen houden.
|

|

|

|

|

|

|
|
Pimentel de Prado
|
Raimondo Montecuccoli
|
Leopold Willem
|
Paus Innocentius X
|
Christina van Zweden
|
Paus Alexander VII
|
Iedereen in onzekerheid achterlatend over haar reisdoel
(Spa, Rome, Verenigde Provinciën, India
‘op het spoor van Alexander de Grote’) vertrok ze, verkleed als man, door Denemarken
naar Hamburg. Haar uitgebreide gevolg, inclusief haar Italiaanse musici, arriveerde
er iets later. Via Osnabrűck en Műnster, Deventer, Utrecht,
Amsterdam en Breda bereikte ze Antwerpen, waar ze vanuit Göteborg een schip
vol boeken en waardevolle schilderijen heen had gezonden.
Vandaar uit had ze contact met pater Alexander Sébille
(13) en na vele gesprekken met Raimondo Montecuccoli (14) ambassadeur van
de keizer van het Heilige Roomse Rijk en Pimentel de Prado werd duidelijk
dat ze -pas als ze katholiek geworden was-
naar Rome kon gaan. Probleem was daar dat de reputatie van paus
Innocentius X nogal twijfelachtig was en de relatie tussen hem en Filips IV
niet goed (15). Maar als ze te lang wachtte met haar bekering, zou ze
misschien haar inkomen verliezen dat ze hard nodig had voor al haar
festiviteiten, dansvoorstellingen en bals. Vandaar dat alvast besloten werd
tot een geheime bekering op 24 december 1654 in Brussel.
Vlak hierna stierf Innocentius en hij werd opgevolgd
door Alexander VII, een ‘onafhankelijke’ kandidaat, d.w.z. hij hoorde noch
bij het Franse noch bij het Spaanse kamp (16). Christina liet nu via de
jezuïet Malines brieven bezorgen aan de paus, maar deze deelde haar mee dat
ze zich eerst publiekelijk moest bekeren voor dat hij haar in Rome kon
ontvangen. Ze mocht daarmee wel wachten tot ze door de protestantse delen
van het keizerrijk (17) was getrokken. Ze kon echter geen financiële steun
krijgen want de schatkist van het Vaticaan was helemaal leeg!
Toch duurde het nog een paar maanden voordat ze Brussel
verliet op weg naar Innsbruck en dat kwam omdat ze ook daar weer enorme
geldschulden had gemaakt, die eerst opgelost moesten worden. Dat werd
vooral de taak van Diego Texeira te Hamburg en Garcia Yllán en zijn zoon, haar
zaakgelastigden in Antwerpen (18). Zij konden de problemen alleen maar
oplossen door een aantal van de door Christina aangeschafte kunstwerken
(19), weer voor haar te verkopen. Petter Spiring
Silvercrona, de Zweedse resident te Den Haag (20) moest de rest van haar
schulden liquideren.
Uiteindelijk legde ze in november 1655 te Innsbruck de
publieke geloofsbelijdenis af. Snel hierna vertrok ze naar Rome waar ze met
een groot gezelschap arriveerde.
b. Waarom deed Christina afstand en bekeerde ze zich?
Hierover bestaan vele theorieën volgens Lanoye. Bij 3A
staan hierover al een aantal verwijzingen en we zullen sommige theorieën
wat nader benoemen.
Christina was in ieder geval niet van plan uit de
politiek te verdwijnen na haar abdicatie. Ze behield haar titel als
koningin en dacht een grote invloed te kunnen uitoefenen in Europa. Ze nam
Alexander de Grote (21) als voorbeeld en sommigen beschouwden haar als de
redder die de weg zou banen voor de wederkomst van de Messias.
Verder zijn er verhalen over een mogelijk huwelijk met
een Habsburger, over een functie als vice-koningin van Napels (22) en over
de benoeming als landvoogd in de Spaanse Nederlanden als vervanger van
Leopold Willem (23) waardoor Don Juan van Oostenrijk geen kans meer zou
maken. Anderen meenden dat zij zich vooral wilde inzetten voor de
katholieke zaak, waarbij het erg belangrijk was dat de twee belangrijkste
katholieke landen, Frankrijk en Spanje, eerst samen vrede sloten. Hierbij
wilde ze ook helpen. Pas dan zouden beide partijen samen met de Italianen
tegen de Turken kunnen optrekken om die uit Europa te verdrijven.
Maar…ze deed ook het voorstel om zelf troepen te werven
om Spanje te helpen vechten tegen Frankrijk, wat haar gewenste neutraliteit
niet ten goede kwam.
Ze wilde ook de ketters (de protestanten) bestrijden,
Cromwell verjagen en Charles II weer op de Britse troon herstellen (24).
Bij de kwestie van de opvolging van keizer Ferdinand III, waarin Spanje
(ook Habsburgs), Frankrijk (altijd vijand van de Habsburgers) en Zweden
(als leenman van de keizer) veel interesse in hadden, was Christina ook
betrokken: Men dacht dat zij, als –officieel nog steeds- protestants vorst,
de protestantse keurvorsten kon bewerken om weer een Habsburger tot
troonopvolger te benoemen (25).
Maar omdat Christina zo afhankelijk was van het Spaanse
geld vanwege haar dure levenswijze, zou ze hoe dan ook, nooit als
‘vliegende diplomaat’ hebben kunnen optreden (26).
4. haar hof in Rome (1655-1689)
|

Intocht in Rome
|
In Rome werd Christina opgewacht door een grote
menigte. Direct daarna ging ze op audiëntie bij Alexander VII en werden
er grootse feesten voor haar gehouden. Joost van de Vondel schreef een
gedicht over haar bekering.
à
Vrij snel na aankomst in Rome breidde ze haar gevolg
uit met enkele Italianen die veel invloed uitoefenden op haar gedrag. Dat
werd door haar Spaanse en Zweedse onderdanen niet gewaardeerd. Pimentel
wilde niet meer bij haar blijven, vooral omdat ze steeds kwaadsprak over
de paus.
|
|
Christina ontsloeg in 1656 al haar Spaanse hovelingen en
verving ze door Italianen. Ze deed dat om te laten zien dat ze
zich onafhankelijk van de Spaanse koning voelde. Omdat
Karl Gustav na haar bekering haar domeinen niet in beslag had genomen, had
ze de Spaanse financiële steun niet echt meer nodig. Ze zocht toen in
Parijs contact met Mazarin die haar wellicht op de troon in Napels kon
helpen. Toen ze de markies van Monaldescho, omdat hij misschien schuldig
was aan het verraad van haar plannen, liet vermoorden, ontstond hierover
overal in Europa grote verontwaardiging.
Snel ook deden verhalen de ronde over haar ‘barbaarse’
leven en Christina die had gedacht te kunnen ontsnappen aan het strenge
lutherse Zweden, ontdekte dat er in het Rome van de contrareformatie
minstens evenveel regels waren (27).
Aanvankelijk woonde ze in het Palazzo Farnese waar ze in
1656 haar Academia Regia della Laeta di Svezia oprichtte, waar men veilig
kon praten over nieuwe ontwikkelingen in wetenschap en filosofie. Elke
bijeenkomst ervan werd beëindigd met een concert.
Iets later kreeg ze een eigen residentie in het Palazzo
Riario, waar ze haar kunstcollectie heen liet brengen.
Van 1660-1662 keerde zij terug naar Stockholm omdat Karl
Gustav was overleden en ze haar bezit veilig wilde stellen bij de nieuwe
koning, die pas vier jaar oud was. Dat lukte, maar tevergeefs probeerde ze
op papier te krijgen dat ze toch weer op de troon zou kunnen komen als de
tak van Karl Gustav onverhoopt zou uitsterven.
In 1666 probeerde ze opnieuw naar Stockholm te reizen
met een katholieke priester in haar gevolg. Mede hierom werd haar
uiteindelijk de toegang tot Zweden ontzegd. Ze bleef tot 1668 in Hamburg om haar zaken te regelen en
ging toen definitief terug naar Rome. In het boek van Buckley wordt
uitgebreid ingegaan op het Hamburgse verblijf.
Hierna stichtte ze de Academia Clementina (28), later de
Koninklijke Academie geheten. Volgens de statuten moest er bij elke
vergadering een symfonie en een vocaal werk uitgevoerd worden. In navolging
van de Parijse academie van wetenschappen, door Lodewijk XIV in 1666
gesticht, richtte zij de academie Fysica, Natuurlijke Historie en
Mathematica op. In 1669 opende ze in haar paleis een theater waarvoor
opera`s en toneelstukken geproduceerd werden en in 1671 zorgde ze voor het
eerste publieke operagebouw in Rome. Bernardo Pasquini schreef de meeste
stukken, kameropera`s in Venetiaanse stijl en Christina zorgde voor de
financiering door een beroep te doen op haar rijke vrienden in het
Vaticaan. Deze bezochten haar ook op privé-soirees in haar paleis.
Sommige musici, zoals Marazzoli, Pasqualini, Vittori,
Francesco Bianchi en Giuseppe Melani deelde ze met of leende ze van
kardinaal Antonio Barberini (29). Haar favoriete castraat was Antonio
Rivani- Cicciolino, die ze in vaste dienst had.
|

|
Verder vielen Alessandro Melani en Stradella onder
haar protectie en zij droegen werken aan haar op. Alessandro Scarlatti
werd in 1679 haar kapelmeester. Met Arcangelo Corelli had ze een aantal
jaren nauwe banden. Ze hielp hem kapelmeester te worden van kardinaal
Benedetto Pamphili (30) en daarna van kardinaal Pietro Ottoboni (31), een
neef van de paus.
|

|
|
Palazzo Riario
|
Palazzo Riario
|
Van Gian Lorenzo Bernini, de grote bouwmeester en
beeldhouwer van Rome, kon zij helaas niet de beschermvrouw worden omdat dat
te duur voor haar was. Zij bezocht zijn atelier wel regelmatig en omdat ze
geen opdrachten voor beeldhouwwerken kon geven, besloot ze deze maar op te
graven: ze kreeg van de paus toestemming voor opgravingen in de ruines van
het paleis van keizer Decius. Ze vond er wat mozaïeken uit de Romeinse tijd
en een aantal beelden, waarvan de ontbrekende benen en neuzen vervangen
werden. Zonder tunieken en vijgenblaadjes werden ze tentoongesteld in haar
paleis.
Christina kocht tweeduizend nieuwe manuscripten en
achtduizend recent gedrukte werken en vele schilderijen van Corregio,
Rafael en Titiaan. Ze schreef zelf ook over allerlei onderwerpen en begon
een paar keer aan haar eigen memoires.
Ze sloot vriendschap met kardinaal Decio Azzolino (32)
en werd erg verliefd op hem, maar die liefde werd eerst niet openlijk
beantwoord. Misschien komt dat ook omdat zij er toen al ‘oud uitzag, dik
was, wat gebocheld liep en slecht gekleed was’. Samen met hem probeerde ze
vergeefs invloed uit te oefenen op de pauskeuze na de dood van Clemens IX
in 1669 (33). Later, toen zij zestig was en Azzolino nog ouder, bracht hij
wel de meeste avonden met haar door in ‘kuise’ liefde en schreven ze elkaar
overdag vaak brieven.
|

|

|

|
|

|
|

|
|
Gian L. Bernini
|
Alessandro Stradella
|
Alessandro Scarlatti
|
Arcangelo Corelli
|
Miguel Molinos
|
Innocentius XI
|
B. Pasquini
|
Toen de nieuwe paus Innocentius XI, die lid van de
Zelanti -Fanaten- geworden was,
aantrad, begon hij met het sluiten van de meeste theaters. Vrouwen mochten
niet meer op het toneel verschijnen en geen muzieklessen volgen en zeker
niet bij mannen. Hij trok de pauselijke toelage van Christina in en
probeerde een einde te maken aan haar soirees op het Riario. Vergeefs
bestreed hij haar autoriteit over de straten rondom haar paleis (34).
Tegen het eind van haar leven kwam ze via Azzolino in
aanraking met het quiëtisme (35) van de Spaanse priester Miguel Molinos.
Deze stroming zegt dat je met God in contact komt door je geest helemaal
leeg te maken. Je moet passief zijn, want alleen als God het wil, praat hij
met je. Christina werd er de beschermvrouwe van (36), maar toen Molinos
werd opgepakt vanwege seksuele contacten met zijn volgelingen, stopte ze
daar snel mee.
Na haar dood in 1689 werd ze op initiatief van Azzolino,
die zij tot erfgenaam had benoemd, tegen haar wens in niet in het Pantheon
begraven, maar bijgezet in de Sint Pietersbasiliek. Omdat hij twee maanden
later ook stierf, vielen haar bezittingen toe aan zijn neef, die ook al
haar schulden erfde. Hij moest bijna alles verkopen waardoor haar
verzamelingen overal verspreid raakten. Negentienhonderd boeken en
manuscripten gingen voor een spotprijs naar het Vaticaan.
|

|

|

|

|
|
|
Decio Azzolino
|
Christina 36 jaar:
klein, dik, beetje krom
|
Christina 40 jaar oud
|
haar begrafenisprocessie met alle
kardinalen
|
Christina`s graf
|
|
|
|
|
|
|
Paus Innocentius XI zou over haar zeggen dat haar
wispelturigheid, koppigheid en excentriciteit allemaal het gevolg waren van
het feit dat ze een vrouw was. De waarheid is vast en zeker een stuk
ingewikkelder en het nader onderzoeken daarvan zal nog veel interessante
studies opleveren.
|