|
|
|
Het enige portret van H.
Purcell tijdens zijn leven gemaakt. In de New Grove (1980) aan Godfrey Kneller toegeschreven, maar
bij Burden en Duffy
aan John Closterman.
Zowel Kneller als Closterman
waren belangrijke portretschilders uit die tijd.
|
|
|
|
|
|
|
Inleiding:
De muziek van Henry Purcell is niet te begrijpen zonder kennis
van de godsdienstige en politieke situatie in Engeland (samen met
Schotland, Wales en Ierland= Commonwealth) in die tijd. Ik
heb deze al eens eerder globaal beschreven ten behoeve van diverse
nieuwsbrieven van de Duetsalon (1) , maar nu volgt een ‘alomvattend’ verhaal.
De eerste hoofdstukken beschrijven deze situatie dus en
geven een overzicht van zijn leven en van de belangrijkste personen in zijn
omgeving. Hierbij is dankbaar gebruik gemaakt van het boek van Maureen Duffy. Duffy heeft als eerste, gebruikmakend van allerlei
nieuw bronnenmateriaal als belasting- en betaalregisters, geprobeerd een zo
compleet mogelijk beeld van zijn leven te schetsen en daarnaast zijn
composities ‘gehangen’ aan bepaalde gebeurtenissen. Hierdoor wordt de
betekenis van een aantal stukken veel duidelijker. Het grote nadeel van
haar boek is het ontbreken van een register!
Het boek van M. Burden daarentegen bevat uitstekende bijdragen van diverse
‘specialisten’ over de plaats van Purcell in de barokmuziek, zijn odes,
kerk- en toneelmuziek Het is wel
‘traditioneel’ qua aanpak en geeft dus aan dat er weinig bekend is over een
aantal zaken.
Mijn laatste hoofdstukken verwijzen naar recente
uitgaven van Purcell`s muziek voor solostem en duetcombinaties,
waarbij vooral gekeken zal worden naar datgene wat geschreven, dan wel
gepubliceerd is, voor de alt/mezzo stem.
Hoofdstukken:
- Het
ontstaan van de Anglicaanse kerk
- De
politieke situatie tijdens Purcell`s leven
- Een
korte biografie van Henry Purcell
- Purcell`s
werken--- Italiaanse invloeden/ en onderverdeling
- Belangrijke
tijdgenoten
- Welke
publicaties van Purcell`s (vocale) werk kwamen er?
- Welke
publicaties zijn interessant voor de solo alt/mezzostem en welke voor
de duetcombinatie sopraan/alt?
Voor
hoofdstuk 4 t/m 7 doorlinken
|
h. 4: Purcell`s werken
|
h. 5:Belangrijke
tijdgenoten
|
h. 6 Publicaties vocaal
werk
|
h.7: Publicaties
alt/mezzo
|
Hoofdstuk 1: Het ontstaan van de Anglicaanse kerk
De Anglicaanse kerk ontstond in Engeland omdat koning
Hendrik VIII vanaf 1534 zelf de geestelijken wilde benoemen en de
kerkbelastingen niet aan de paus van Rome wilde afstaan. Theologisch gezien was Hendrik
VIII echter conservatief en hij hield zeker niet van het denken van Luther
en Calvijn.. De kerkelijke liturgie bleef in zijn
tijd dan ook bijna gelijk aan die van de Rooms Katholieke Kerk.
In 1548 introduceerde Thomas Cranmer
(2) die voorstander was van een snelle
protestantisering van de Anglicaanse kerk en een sterk anti-Roomse
koers voerde, het Engelstalige 'Book of Common Prayer', dat de oude
Latijnse liturgie verving. Hij kan als de grondlegger van de Anglicaanse
theologie beschouwd worden (3) .
Hoewel de Anglicaanse kerk nog steeds een katholiek
‘uiterlijk’ heeft -er zijn bijv. bisschoppen en priesters- behoort het tot
de Protestantse kerken. Het kenmerk hiervan is de verwerping van
de transsubstantiatieleer ( het idee dat brood en wijn echt het lichaam en bloed van
Christus worden) . Daarnaast mogen de priesters wel trouwen en er wordt
alleen Engels en dus geen Latijn, in de kerk gesproken.
Twee belangrijke hoofdstromingen binnen de Anglicaanse Kerk zijn de High
Church, die een doctrinale
opvatting heeft over het wezen van de Kerk en over de sacramenten (doop,
communie), en daarin meer katholiek van leer is, en de Low Church, die
meer de persoonlijke geloofskeuze benadrukt en daarin meer protestants
van leer is.
Als reactie op de hoofdstroom van de Anglicaanse kerk
ontstond het Puritanisme (4).
De Presbyteriaanse kerk (5)
is een andere ‘variatie’ van de Anglicaanse kerk .
Om te begrijpen welke soort muziek Henry Purcell voor de
Anglicaanse kerk componeerde (vooral Anthems) ,
is hieronder een overzicht van de ‘Anthem-
soorten’ in de diensten weergegeven. Het voert te ver om in dit verhaal
op de verschillen in te gaan.
Hoofdstuk 2: De politieke situatie tijdens
Purcell`s leven:
Henry Purcell kwam in 1659 ter wereld tijdens het Protectoraat (1653–1659) van de puriteinse Cromwells
(4).
Deze hadden de macht gegrepen in de strijd die al jaren
woedde tussen de –inmiddels verbannen- katholieke koning die absolutistische neigingen had en het ‘protestantse’
parlement dat meer inspraak wilde.
Oliver Cromwell
had sinds het begin van de Burgeroorlog in 1642 de theaters laten sluiten
en toneelspelen verboden, maar desondanks werden diverse stukken ‘illegaal’
opgevoerd.
Richard Cromwell
gaf na de dood van zijn vader Oliver in 1658,
zijn positie snel op ten gunste van het parlement dat in 1660 Charles II (6) uit
ballingschap in Frankrijk terugriep. Hij kwam en daarmee werd een
belangrijk precedent geschapen: de koning kon voortaan niet regeren zonder
de toestemming van parlement en volk. Met de terugkeer van Charles II begon de ‘Restauratieperiode’, op politiek
én cultureel gebied (muziek/theater- zie verder h.4c).
In de periode 1678-1681 ontstonden in het parlement de
facties van de Tories en Whigs.
De Whigs/ Whigamores (scheldwoord voor veedrijvers) waren Schotse
Presbyterianen ( noot 4 en 5) die in
opstand kwamen tegen de corruptie en de buitenlandse politiek van het
Engelse hof en tegen de vervolging door de kerk van protestantse
non-conformisten. Zij waren ertegen dat de katholieke hertog van York (= Jacobus
II ) (7) de troonopvolger werd na Charles II. en zij wonnen
de parlementsverkiezingen in deze periode. Koning Charles
II ontbond toen het parlement, riep het later ook niet meer bij elkaar en
ging de Whigs enorm vervolgen.
De Tories (een Iers
scheldwoord voor struikrovers) daarentegen waren katholieken en zij steunden juist
Jacobus II, die getrouwd was met Maria van
Modena, ook wel Maria d `Este geheten. In 1685
hielpen zij hem op de troon.
Door toedoen van Jacobus II en vooral van Maria werd de
Italiaanse invloed in de Engelse muziekwereld enorm versterkt.
Toen Jacobus steeds zonder parlement wilde regeren,
overal katholieken op belangrijke posten benoemde en er in 1688 een
manlijke opvolger werd geboren en dus een permanent katholiek absolutisme
dreigde, verzocht men Willem III van Oranje (zie stamboom der Stuarts) om Engeland binnen te vallen en
Jacobus te verjagen. In 1688 gebeurde dat en dat heet in de geschiedenis de
‘Glorious Revolution’.
Willem en zijn vrouw Mary werden co-regenten maar in de praktijk regeerde
Mary vaak alleen omdat Willem steeds bezig was met oorlogvoeren tegen met name Lodewijk XIV. Om geld
vrij te maken voor deze oorlogen verstrekten Willem en Mary veel minder
subsidie aan de muziekwereld, zoals aan de Chapel
Royal (8).
Bovendien bepaalde Willem die Calvinist was, dat de ‘Musick’
alleen nog maar op bepaalde dagen gebruikt mocht worden.
Onder het co-regentschap werd het Parlement weer elk
jaar bijeengeroepen, protestantse andersdenkenden kregen meer vrijheid en
katholieken werden van de troonsopvolging uitgesloten: Als Mary en haar
jongere zus Anne kinderloos zouden sterven, zou de kroon naar de protestantse ‘Hannoverse tak ’gaan.
Mary overleed in 1695 en Willem regeerde alleen tot
1702. Tijdens het bewind van koningin Anne/Anna (1702-1714) kreeg het
parlement steeds meer zeggenschap, maar Tories en
Whigs bleven elkaar voortdurend bestrijden.
Globale
tijdsindeling:
|
1450- 1600 ca 1600 - ca. 1750 na
1800
Renaissance/ vroeg Barok
Barok Romantiek
Hendrik VIII Karel I / Burgeroorlog (Cromwell:burgeroorlog
1638-1651)
(grote groei nationalisme)
Elizabeth
I Karel II –Restauratieperiode (na
1660)
Jacobus I
Jacobus II
Willem & Mary-------Huis Hannover
John Dowland John
Blow / Henry Purcell G.F. Händel
|
|
De stamboom der Stuarts:
|
|

|
|
|
|

|

|
|
|

|

|
|
Oliver Cromwell
|
Charles II
|
Jacobus II
|
Willem III en Mary
|
Anna
|
George
I
|
Hoofdstuk 3: Een korte biografie van Henry Purcell
Henry werd geboren in 1659 te Westminster, maar het is
niet bekend wie zijn vader was: meestal gaat men er van uit dat het Henry Purcell
(de oudere) was die in 1664 stierf en die gehuwd was met ‘Elizabeth’ die in
1699 stierf. Van Henry (de oudere) en Elizabeth bestaat echter alleen
documentatie wat betreft één dochter, Katherine.
Anderen denken dat Thomas Purcell -waarschijnlijk een broer van
Henry ‘de oudere’- de vader van ‘onze’ Henry was, omdat er een brief van
hem bestaat uit 1679 waarin hij verwijst naar zijn zoon (son) Henry ‘die componeert’. ‘Son’
kan echter in die tijd ook nog ‘nephew’-neefje-
betekenen
‘Onze’ Henry heeft in ieder geval drie broers gehad, Edward, Daniel en Joseph, en hij werd koorknaap in de Chapel Royal onder Henry Cooke. Wellicht componeerde hij al op achtjarige
leeftijd, wat daar meer voorkwam.
In 1673 kwam zijn stembreuk al en werd hij tot
onbezoldigd assistent benoemd van zijn peetvader Hingestone
‘als beheerder, onderhouder, stemmer en hersteller van de orgels, virginalen, fluiten en alle soorten blaasinstrumenten
van de koning’. Van 1674 tot 1678 stemde hij in ieder geval het orgel in
Westminster Abbey.
In 1677 werd hij als opvolger van Matthew Locke tot componist der violen benoemd en in 1679
volgde hij John Blow op als organist in de
Westminster Abbey met genoeg salaris om een huis
te huren. Hij trouwde in 1680 of 1681 met Frances Baptist Pieters. Zij kregen een aantal kinderen ,
waarvan er maar twee hem overleefden: een dochter Frances en een zoon, Edward. In 1680 schreef hij zijn eerste Welkomstode
(zie h. 4d)
In 1682 volgde hij Edward Lowe op als een van de organisten van de Chapel Royal, nadat hij in
1681 te Westminster ‘de eed van trouw’ had afgelegd (9) ten overstaan van getuigen. In 1683 volgde hij de
overleden Hingestone op. Onder Jacobus II en
Willem III werden zijn hofbenoemingen steeds opnieuw bevestigd. De laatste
‘Hof’muziek schreef hij voor de begrafenis van
Mary in 1694.
Henry stierf zelf in 1695 vermoedelijk na een flinke
verkoudheid of longontsteking (10) en
hij werd in de Westminster Abbey begraven. Zijn
vrouw Frances heeft zich nog een tijdje beziggehouden met de uitgave van
zijn muzikale erfenis en stierf in 1706.
|

|

|
Een kaart met de belangrijkste plaatsen
(links apart vermeld) waar Charles II en
Jacobus II met hun hofhouding verbleven en Henry Purcell dus in ieder
geval ook regelmatig moet zijn geweest.
Verder geeft deze kaart
de opmars van Willem III van Oranje in Engeland weer. Later ging Willem
ook nog naar Ierland om daar Jacobus definitief te verdrijven (de Oranje-marsen in
Dublin zijn hier het restant van).
|
|
Westminster met Abbey
|
Windsor Castle
|
|

|

|
|
Whitehall (L)
-parlement
|
Newmarket
|
|

|
ã á
ß
|
|
Winchester Castle
(Engels Versailles)
|
|
|
|
|
|
|
|
Noten:
(1). Zie hiervoor de
nieuwsbrieven van de Duetsalon
die de Engelse , religieuze en Handel duetten behandelen.
(2) Aartsbisschop van Canterbury (1489-1556)
(3) De BBC afleveringen van ‘the Tudors’
geven een goede inkijk in hoe dat hele proces tijdens het leven van Hendrik
VIII (ongeveer) verlopen is.
(4) Het puritanisme is in het laatste kwart van de zestiende eeuw
opgekomen als reactie op de ‘hoofdstroom’ van de Anglicaanse Kerk. De
puriteinen meenden dat in de Anglicaanse kerk nog te veel roomse elementen
bewaard waren gebleven en pleitten daarnaast voor een striktere
levenswandel en een persoonlijker beleving van het christelijk
geloof. Het puritanisme in Engeland
ontwikkelde zich anders dan in Schotland. In Schotland kon het puritanisme
haar stempel drukken op de nationale kerk, terwijl in Engeland het
puritanisme slechts op plaatselijk niveau grote invloed had binnen de
Anglicaanse kerk. Daarnaast ontstonden veel onafhankelijke kerken en
gemeenten, die tijdens Cromwell`s bewind grote
invloed kregen, maar daarna slechts een marginaal bestaan kenden.
(5) De Presbyteriaanse
Kerk is de evenknie van de Nederlandse gereformeerde kerken. Kenmerkend
voor deze kerken is dat taken die in episcopaalse kerken zijn voorbehouden
aan een bisschop (episcopus betekent bisschop),
hier worden uitgeoefend door leken. Deze leken worden presbyters of
ouderlingen genoemd. De opvattingen van presbyterianen zijn gebaseerd op de
ideeën van Johannes Calvijn en vallen dan ook onder het calvinisme.
(6) Charles
II of –in het Nederlands Karel II geheten- was min of meer katholiek te
noemen.
(7) Jacobus II heet in
Engeland ook James II .
(8). Voor wat meer
gegevens over de Chapel Royal
zie deze link.
(9) De Test Act schreef voor dat men een eed aflegde, waarbij men trouw
zwoor aan de koning en de Anglicaanse kerk en ook de transsubstantiatie
afzwoor.
(10) De
bewering dat Frances Purcell haar man `s nachts buiten liet staan toen hij
weer eens dronken thuis kwam, als gevolg waarvan hij ziek werd en overleed,
wordt bij Burden (p. 93) nog als een mogelijkheid genoemd. Duffy geeft dit verhaal ook met nog wat nuanceringen
(p. 65)
|