Marjo Tal (1915 – 2006)

 

Marjo Tal werd geboren op 15 januari 1915 in Den Haag. Ze was de oudste van drie dochters van de joods- liberale Sophia Deborah de Jongh (1888 – 1983) en leraar boekhouden Baruch Chaïm Tal. Haar vader stierf op 14 januari 1928.

Vanaf haar 5de  kreeg Marjo piano- en vioolles. Op dertienjarige leeftijd kreeg ze pianoles van Nelly Wagenaar en solfège, muziektheorie en compositie van Sem Dresden, die ze als een soort substituut vader beschouwde. Na de middelbare school studeerde ze verder bij hen aan het Amsterdamse Conservatorium. In 1936 kreeg ze een beurs om drie jaar in London te studeren bij de joodse pianist Franz Osborn, die gevlucht was uit Berlijn. Marjo`s officiële Nederlandse debuut was op 7 maart 1940 In Diligentia in Den Haag.

Eenmaal slechts zou ze in WO II soleren, namelijk op 15 februari 1942 in de Hollandsche Schouwburg. Daarna moest zij onderduiken en gingen al haar vroege composities verloren.

Na de oorlog zorgde zij voor haar moeder, die lichamelijk zwak, maar geestelijk ongebroken Kamp Westerbork en Bergen- Belsen had overleefd. Haar zussen gingen als pioniers naar Israël. Zijzelf verdiende de kost door les te geven en modeshows en balletten te begeleiden.

In de jaren vijftig ging Marjo op tournee naar het Verenigd Koninkrijk, Denemarken, Frankrijk, België en Israël, maar naar Duitsland en Oostenrijk wilde ze niet. Naast werk van Ludwig van Beethoven speelde ze bij voorkeur eigen composities en muziek van Franz Liszt en Béla Bartók.

In de jaren vijftig en zestig verbleef ze vaak in Parijs. Zij componeerde meer dan honderdvijftig chansons op teksten van Franse dichters als Paul Fort, Robert Desnos, Jacques Prévert en Raymond Queneau; ze werden onder meer gezongen door diezelfde Prévert en Catherine Sauvage, In Nederland zongen Conny Stuart en Toon Hermans ze. Marjo zong die liederen ook zelf in programma's waarin ze voor de pauze optrad met een klassiek pianorepertoire en na de pauze als chansonnière, zichzelf begeleidend op de piano, o.a. in de Kleine Zaal van het Concertgebouw en het Institut français des Pays-Bas.

Vanaf 1968 legde Marjo zich toe op componeren en muziekpedagogiek. Ze richtte zich minder op het chanson en ging een wat vrijere stijl toepassen bij het op muziek zetten van gedichten. Verschillende liedcycli ontstonden op teksten van Russische, Franse, Engelse, Spaanse, Zuid-Afrikaanse en Nederlandse dichters (o.a. Osip Mandelstam, Anna Akhmatova, Rupert Brooke, Elisabeth Eybers, Federico Garcia Lorca, JH Leopold en Jan Engelman), altijd tonaal. Konrad Boehmer noemde haar werk midden jaren 70 ‘geheel onafhankelijk’. Ze is te plaatsen tussen de generatie van Nederlandse componistes Henriëtte Bosmans (1895-1952) en Tera de Marez Oyens (1932-1996).

De Canzonen op gedichten van Esther Blom (over ziekte, dood, afscheid, verdriet en rouw) is Marjo`s laatste gepubliceerde liederencyclus

 

In 1988 emigreerde Marjo – voor velen onverwacht - naar Israël: Haar moeder was overleden, ze vond het Hollandse muziekleven nu ‘kleinburgerlijk en verstikkend’ en alle familieleden woonden in de Levant. Ze vestigde zich in Jeruzalem, waar ze op 26 augustus 2006 – na vijf jaar afnemende gezondheid door Alzheimer - overleed. Volgens de biografie op Forbiddenmusicregained zou ze ooit een liefdesrelatie gehad hebben, die tragisch was geëindigd in de oorlog.

 

Op diezelfde site (https://www.forbiddenmusicregained.org/search/composer/id/100692#compositions) staat o.a. een overzicht van haar liederen, die vaak zeer geschikt zijn voor de alt/ mezzostem. Als de muziek uitgegeven is bij Tonos of Donemus (daar ook digitaal verkrijgbaar) staat de link daarbij. Meestal staat de link er echter niet bij maar is de muziek wél verkrijgbaar bij Tonos (X).

1.12 Chansons de Queneau : stem en piano (X)

2. 20 Chansons de Prévert: stem en piano (X)

3. Acht Engelman liederen (1972): stem en piano (Donemus) (X)

4. After (1978): stem en piano (Tonos)
5.
Canciones Españolas (1973): stem en piano (Tonos)
6.
Canzonen (1988): stem en piano (Donemus)

7. Deux rondeaux (1980): stem en piano (X)

8. En Sourdine (1982): stem en instrument(en) (X)

9. Four settings of Irish country songs (1983): stem en instrument(en) (Tonos)

10.Les sept poèmes d'amour en guerre (1982): stem en piano (Donemus, gebaseerd op eerdere publicatie van Tonos)*

11.Sest' pesen - Zes Russische liederen (1975): stem en piano (X)

12.Tendre et dangereux: dix chants pour voix moyenne et piano (1980):stem en piano (X)

Op https://webshop.donemus.com/action/front/search?name=%22Tal%2C+Marjo%22&order=name staan, naast 2 missen voor gemengd koor en orgel:

Eighteen French Chansons : stem en piano

Seventeen French Chansons : stem en piano

 

* Les sept poèmes d'amour en guerre (1980-1982, revised 1988):

Deze cyclus is gezet op de gelijknamige bundel teksten van Eugène Émile Paul Grindel (1895 – 1952), die ze in 1943 eerst privé uitgaf onder het pseudoniem Jean du Haut en een jaar later, na de bevrijding van Frankrijk, ‘officieel’ onder het pseudoniem Paul Éluard.

 

 

Aan deze pagina is het laatst gewerkt op 6 juli 2026

 

Bronnen:

Geschreven literatuur:

Inleidingen, o.a. van Lourens Stuifbergen*) bij Les Septe Poèmes d`amour en guerre, Donemus, Forbidden Music Regained, volume 6

 

Websites:

https://leosmitfoundation.org/

https://nl.wikipedia.org/wiki/Marjo_Tal

http://www.patricia.dds.nl/marjotal.html

https://www.forbiddenmusicregained.org/search/composer/id/100692

https://webshop.donemus.com/action/front/search?name=%22Tal%2C+Marjo%22&order=name

https://www.lieder.net/lieder/get_settings.html?ComposerId=5911

 

Terug naar de pagina ‘muziek’